mail@sinoutskerke-baarsdorp.nl

Geschiedenis

de Heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp

De geschiedenis van de Heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp

De geschiedenis van de Heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp kan in twee tijdsvakken worden gedeeld: de periode waarin zij een publiekrechtelijke instelling was (tot 1795) en de periode waarin zij als privaatrechtelijk bezit bestaat (1795-heden). Onderstaand artikel van schrijver-historicus P.A. Harthoorn gaat over de publiekrechtelijke periode van de heerlijkheid Baarsdorp, waar Sinoutskerke van oudsher aan is verbonden.

Over het ontstaan van de Heerlijkheden Sinoutskerke en Baarsdorp is niets met zekerheid bekend. Er zijn geen geschreven bronnen of archeologische vondsten, die hierover uitsluitsel kunnen geven. Er kan wel een vrij logisch scenario opgesteld worden. De oudst bekende vermelding van de naam Baarsdorp is in een oorkonde van oktober 1271, die door Petrus de Barsdorpe bezegeld werd met een afbeelding van een ruiter te paard en een randschrift S'Pieter. Recent onderzoek naar het geslacht Baarsdorp, door de heer J. de Ruiter, maakt het waarschijnlijk, dat deze Pieter een broer Dankert had, die voor 1271 is overleden. Dankert en Pieter waren ambachtsheren van Baarsdorp. Hieruit valt af te leiden, dat de ambachtsheerlijkheid Baarsdorp zeker al in 1271 bestond, maar mogelijk nog niet zo erg lang omdat het ambacht kennelijk nog niet sterk verdeeld was. Het is ook moeilijk voor te stellen, dat er geen enkele vermelding van Baarsdorp zou zijn, als dit reeds lang een gevestigd ambacht geweest zou zijn. Sinoutskerke en 's-Heer Abtskerke worden reeds in een oorkonde van 1206/08 genoemd. Mogelijk is de vader van Dankert en Pieter de eerste ambachtsheer geweest, wat het ontstaan van het ambacht zou plaatsen in de eerste helft van de 13e eeuw. Er moet echter rekening mee worden gehouden, dat nieuwe vondsten dit beeld kunnen wijzigen.

De stichting van de heerlijkheid moet voor Baarsdorp een vooruitgang zijn geweest. Nu werd een kasteel gebouwd, mogelijk op een reeds bestaande vluchtheuvel. Misschien niet het slot met de zware torens, waarover men schreef, maar waarschijnlijker een houten verdedigingstoren zoals op de berg van Troye bij Borssele gelegen moet hebben. De aanwezigheid van het kasteel moet bijgedragen hebben aan de greoei van de nederzetting. Baarsdorp werd hierdoor een veiliger woonplaats en er kwam werkgelegenheid en een gemakkelijk afzetgebied voor de producten van de bewoners. Sinds de 14e eeuw zijn de heerlijkheden van Baarsdorp en Sinoutskerke in handen van dezelfde eigenaren. Baarsdorp moet toen al een college van schout en schepenen gehad hebben, want het gerecht van Baarsdorp is tot in de Franse tijd gescheiden van Sinoutskerke gebleven, anders zou er een gecombineerd gerecht geweest zijn. Over de handelingen van het gerecht is helaas niets bekend. Van het archief is niets ouder dan 1743 bewaard gebleven.

Uit de rekeningen van de officiaal van de aartsdiakens van de Utrechtse Dom, die voor de eerste wereldoorlog door Grijpink bewerkt en uitgegeven zijn, blijkt, dat Baarsdorp in het begin van de 15e eeuw een zelfstandige parochie was. De kerk had een altaar, gewijd aan Maria. Als het aantal altaren in een kerk een graadmter is voor de grootte van het gebouw, is het interessant om te weten, dat 's-Heer Abtskerke eveneens een Maria-altaar bezat en Soutskerke twee alteren respectievelijk gewijd aan Maria en Sint Pieter. Het lijkt zeker, dat vanaf het begin van de 15e eeuw tot ca 1580 de kerk van Baarsdorp normaal in gebruik was, omdat er regelmatig geestelijken benoemd werden. De 16e eeuw is iets rijker aan bronnen over Baarsdorp, al is het nog niet voldoende om conclusies te trekken over de bevolkingsomvang. We moeten het geheel hebben van incidentele vermeldingen. Het huis te Baarsdorp was in deze eeuw eigendom van leden van het geslacht van de Waerde. Het is onwaarschijnlijk dat zij daar permanent woorden, want zij bezaten ook het huis 'De Torrenburgh' in Goes. Het huis in Baarsdorp diende misschien alleen als zomerverblijf en voor het houden van jachtpartijen. Het enige bewijs dat de ambachtsheerlijke familie soms op het slot verbleef, is te vinden in de rekeningen van het kramersgilde te Goes. De koningin, d.i. Isabella, de gemalin van Karel V, bracht omstreeks 1548 een bezoek aan Goes. Er werden daarom voor de 'ommegang van de koningin' en 'voor de maagd' kleren geleend bij Jkvr. van de Waerde. Deze werden later naar Baarsdorp terug gebracht. De jonkvrouw, Jacomina van Duijvelant, vrouw van Bouwen van de Waerde, kreeg een doos suikergoed voor haar moeite.

Tegen het einde van de 16e eeuw had de Reformatie haar intrede gedaan en het kerkje werd buiten gebruik gesteld. Het kerkje van Baarsdorp zal echter niet geheel buiten gebruik gesteld zijn. Het kan zijn, dat er nog wel dopen of huwelijksinzegeningen plaats vonden. Er werd zeker nog tot diep in de 18e eeuw begraven. In de 17e eeuw verloor Baarsdorp het belangrijkste gebouw, het slot. Dit was in deze eeuw eigendom van de drie erfgenamen van Bouwen van de Waerde. Een van hen, Jhr. Marten van de Waerde, overleed te Goes, waarna zijn Zuster Anna, de weduwe van Willem van der Goes, zijn aandeel in het slot kocht. Mogelijk heeft zij ook het aandeel van haar broer Adolf overgenomen, zodat de weduwe met haar kinderen het gehele bezit in Baarsdorp verwierf. De totale waarde van het solt moet toen L250 bedragen hebben. Dit het laatste wat over het slot bekend is. We kunnen alleen vermoeden, dat in een vervallen staat geraakt was en dat de nieuwe eigenaars, die kennelijk geen ambacht in Baarsdorp bezaten, niet geinteresseerd of in staat waren om het slot te onderhouden. Het moet in de eerste helft van de 17e eeuw zijn afgebroken. De stenen zullen grif aftrek gevonden hebben, want er was, zoals Smallegange schreef, spoedig niet meer over dan een groene heuvel.