mail@sinoutskerke-baarsdorp.nl

Onderwijs

in de heerlijkheden Sinoutskerke en Baarsdorp

Onderwijs in de heerlijkheden Sinoutskerke en Baarsdorp

Heerlijkheid Sinoutskerke

Tot in de zestiende eeuw was er in de heerlijkheid Sinoutskerke geen school, Cornelis Jacobz., voorlezer en voorzanger in de kerk, poogde hier verandering in te brengen. In de tijd van het Ancien Regime waren de kerk en het onderwijs nauw met elkaar verweven. Het was derhalve niet ongewoon dat de classis Zuid-Beveland in 1624 om een traktement voor Cornelis Jacobz. verzochten aan de Gecommitteerde Raden en de Graafelijkheid van Zeeland. Dit verzoek werd echter afgewezen. Niettemin vonden de Sinoutskerkers zelf het onderwijs dusdanig belangrijk dat er besloten werd een bedrag van 120 gulden uit de kerkelijke goederen aan Cornelis te betalen. In 1679 besloten ook de Gecommitteerde Raden een jaarlijkse toelage van 50 gulden toe te kennen op grond van het feit dat de schoolmeester inmiddels tevens als voorzanger en koster fungeerde.

Op het platteland geschiedde de selectie van de schoolmeesters-voorzangers door de collegia qualificata. Daartoe werd op initiatief van de kerkenraad een vergadering belegd waarvoor de twee vertegenwoordigers van de overheid werden uitgenodigd. Beschikte de kerk over een consistorie dan vond daar de vergadering plaats. In veel kerkgebouwen ontbrak deze en in een dergelijk geval werd veelal in de woning van de predikant vergaderd zoals dat ook het geval was bij vergaderingen van de kerkenraad. De bijeenkomst vond plaats in het dorp waar de vacature was. Werd daarvan afgeweken, dan moesten daarvoor deugdelijke redenen zijn. In 1699 wilden de ambachtsheren van Sinoutskerke de vergadering van het collegium qualificatum niet daar maar in Goes houden. De classis Zuid-Beveland stemde daar niet mee in en daarom vond de verkiezing alsnog in Sinoutskerke plaats.

Reeds in 1732 kwam er een einde aan de school, die te wijten was aan de terugloop van het bevolkingsaantal. De toenmalige schoolmeester, Cornelis Marinusse Forse, werd in het genoemde jaar benoemd in ’s-Heer Abtskerke waarmee Sinoutskerke vanaf 1666 kerkelijk was gecombineerd. Het bedrag uit de geestelijke goederen werd voortaan uitbetaald aan degenen die in het kerkje als voorzanger fungeerden. Dat was eerst een ouderling, later een diaken. Vanaf 1759 werd dat werk opgedragen aan de schoolmeesters van ’s-Heer Abtskerke, die hun predikant naar Sinoutskerke vergezelden.

Overzicht schoolmeesters te Sinoutskerke

Schoolmeester Periode
Cornelis Jacobsz. 1621-1630
Cornelis Jansse Hollander 1639-1657 †
Cornelis Oudecamer 1658-1666 †
Jan Paessen 1667-1668
Cornelis Snoep 1668-1676
Geerart Dircxsen 1679-1680? †
Jan de Reuse 1680-1698
Huijbregt Snoep 1699-1702
Jacob van Liere 1703-1730 †
Cornelis Marinusse Forse 1730-1732 †

 

Heerlijkheid Baarsdorp:

In de heerlijkheid Baarsdorp is, vermoedelijk tussen 1706-1746, ook les gegeven. De schoolmeester werd betaald uit de kerkelijke goederen. Of zijn schooltje veel heeft voorgesteld, is de vraag. Zo zorgde de schoolmeester voor het uurwerk in de toren, het schoonhouden van de kerk en de regenbak, delfde hij de graven, had de zorg voor de bruggetjes in de heerlijkheid en meer van dergelijk werk. Bovendien was hij schutter. Dit laatste hield in dat hij het loslopende vee in een kooi bracht waar het tegen betaling van een vergoeding door de eigenaar kon worden teruggehaald. Het gehucht bood voor een school uiteindelijk geen perspectief.

Overzicht schoolmeesters te Baarsdorp

Schoolmeester Periode
Marinus Jobse Schouwenaar 1621-1630